Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beiden zwegen, juffrouw Lodewijksz in de hoop den onwelkomen bezoeker te zien opstaan, Dubois peinzende over een nieuwe vraag, die hem meer licht zou verschaffen. Eindelijk begon hij, wat aarzelend:

„Juffrouw Lodewijksz, u zult me natuurlijk onbescheiden vinden, maar er bestaan eenige punten van overeenkomst... daarom houd ik zoo aan ... Doortje is uw pleegkind ... u hebt misschien eenig bewijs ... een geboorteacte of zoo iets ... zoo ja, mag ik die dan misschien even inzien?"

De oude dame stond zwijgend op, nam haar sleutels uit het voor haar op tafel staande mandje, sloot een ouderwetsche secretaire open en haalde er eenige papieren uit, in een kartonnen omslag bewaard. Ze nam er een paar 'uit en reikte die Dubois over. Deze las op een ervan:

Copy Extract uit het Doopboek der Oude Kerk te Domburg van 2 Jan. 1788-25 December 1789.

Zondag 17 November, Dia Hachenberg. Ferdinand van Ellemeet. Hendrika Lodewijksz. Dorothea geb. 14 November.

Jan Wildschut Betje Boogaerts.

De beide andere stukken waren acten van overlijden van de beide ouders in September 1792, drie weken na elkaar.

„Dank u," zei Dubois opstaande, blijkbaar teleurgesteld. „Ik maak u mijne verontschuldiging als ik u lastig gevallen heb. Wilt u mij nog één vraag veroorloven?"

Juffrouw Lodewijksz knikte stijfjes.

„Uw nichtje heeft een...," hij kon niet op de Hollandsche uitdrukking komen ... „Ie petit doigt de la main gauche plus ou moins, mutilé ... is zij daarmee geboren... of... ?"

„Zij heeft 't gehad zoolang ik haar gekend heb'; zij was ongeveer twee-en-een-half jaar toen ze bij me kwam, dadelijk nadat haar ouders gestorven waren. Wilt u nog meer weten?" besloot zij min of meer vijandig.

„Dank u zeer, madame, nogmaals mille excuses!" En hoffelijk buigend verliet de Franschman het kleine vertrek.

Hij was diep teleurgesteld; — hoewel hij zichzelf moest bekennen, dat hij geen anderen uitslag had kunnen verwachten,

Sluiten