Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Arme man!" zei juffrouw Lodewijksz, „hoe vreeselijk tragisch, dat hij zijn zoon alleen mocht terugvinden om hem dadelijk weer te verliezen... Doortje was erg onder den indruk ... zij houdt zooveel van den dokter ... 't is diep treurig!"

Allerlei dingen werden Lankhurst nu duidelijk... hij begreep nu waarom de Montlévin, hoewel Franschman, geen aanhanger van Napoleon was, waarom hij in Zeeland verblijf hield... En de jonge de Montlévin was dus Emily Hawkins' verloofde geweest... waar zou het meisje gebleven zijn?,., nog in Middelburg of al in Engeland ? ... hij was zoo vervuld geweest van Doortje dat hij in het geheel niet meer aan Emily gedacht had ... arme meid ... hij had toch wel medelijden met haar... ze had hier niets dan ellende ondervonden...

Lankhurst dankte juffrouw Lodewijksz hartelijk voor haar goede zorgen en trok naar zijn nieuwe kwartier, bij een bakker; Doortje's tante nam een week later haar intrek bij de weduwe Bongers, doch intusschen had zij de Montlévin bij zich doen komen en hem het verhaal van Doortje's leven gedaan.

Een paar malen had Lankhurst een bezoek gebracht aan het hospitaal; de jonge verpleegster, zoowel als Dubois, hadden hem vriendelijk ontvangen, maar beiden hadden het altijd erg druk en het was Lankhurst niet mogen gelukken een oogenblik met Doortje alleen te zijn, hoeveel moeite hij zich daarvoor ook gegeven had.

Toen juffrouw Lodewijksz hem had verteld wie Bob Waters eigenlijk geweest was, had hij zich onmiddelijk naar Dishoek begeven om de Montlévin zijn deelneming te betuigen; op raad van Doortje had hij hiervan echter afgezien, want zij wist dat de dokter in die dagen niemand wilde ontmoeten.

„Weet je dat de jonge Frangois verloofd was met een Engelsch meisje, dat in Middelburg is?" vroeg Doortje „De graaf heeft haar dadelijk een boodschap gezonden toen Frangois stervende was en zij is ook hier gekomen, maar helaas! te laat. Ze heet Emily, een eenvoudig boerenmeisje, maar bijzonder knap..."

„O, ik ken haar heel goed... Zij is dezelfde, die ik uitVlissingen heb helpen ontsnappen ... je weet wel... waarvan ik je verteld heb... ik wist het... Bob Waters was haar

Sluiten