Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De morgen was winderig en koel en de zon gaf weinig warmte. Lankhurst liep op het ongezellige, verwaaide strand en keek nu en dan naar de zacht grauwe zee met de telkens weer opkuivende golfkopjes; het geruisch van de brekende branding ging verloren in den wind.

Aan de andere zijde lag de lage duinenrij met het schrale, verwaarloosde helm,waartusschen het fijne, witte zand telkens opstoof.

De wijde Schelde deinde tot een verre zee aan den grijzig neveligen horizon, enkele zeilen teekenden zich vaag af, langzamerhand zich verduidelijkend of geheel verdwijnend.

Den blik onbestemd latende rusten op het wijde verschiet vervolgde Lankhurst zijn weg.

Er moest en zou dien dag een einde aan komen... hij wist dat Doortje hem liefhad en hij wilde niet langer op zijn geluk wachten. Zij moest zijn vrouw worden ... weg uit dat ellendige hospitaal... hij zou haar eerlijk zijn vroeger leven opbiechten, zoowel het goede als het kwade... als zij hem werkelijk liefhad zou zij weten te vergeven... hij was tot inkeer gekomen en zou een goede en liefhebbende echtgenoot voor haar zijn, zooals Doortje verdiende ...

Wel zouden zij niet rijk kunnen leven, maar Lankhurst nam zich voor een werkkring te zoeken en al zijn best te doen zijn geliefde Doortje een onbezorgde toekomst te verschaffen.

Zijn brein was vol grootsche plannen; hij was met de beste bedoelingen bezield en van dit alles was het middelpunt steeds: Doortje van Ellemeet. Hij wist dat hij nu werkelijk liefhad en dat zijn vroegere minnarijen en liefdevlammen slechts op zinnelust en ij delheid, niet op ware genegenheid berust hadden.

Nadat hij Dubois verlaten had was Wilton in de richting van de Schelde geloopen.

Een minuut of tien gaans ten noordwesten van fort Nolle stond dicht aan het strand een hut, waar de smokkelaars op Engeland gewoon waren elkaar te ontmoeten.

Nu Vlissingen door de Engelschen veroverd was konden de Fransche douaniers natuurlijk weinig doen om den smokkel-

Sluiten