Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Wilton was nog ongeveer vijf minuten gaans van het strand verwijderd toen hij iemand naar zich toe zag komen.

Ofschoon hij niet bevreesd was, dat men hem gemakkelijk zou herkennen, achtte hij het toch voorzichtiger zich niet door den onbekende te laten zien en zocht daarom naar een schuilplaats.

Gelukkig voor hem stond er op enkele passen afstands van de plaats, waar hij zich bevond, een half vervallen hut, die vroeger ook door smokkelaars benut was, maar nu sedert een jaar niet meer in gebruik. De Haai liep er snel heen en sloop achter de van den weg afgekeerde zijde, loerende naar den man, die naar hem toekwam.

Tot zijn schrik herkende hij na enkele oogenblikken kapitein Lankhurst.

Tegelijkertijd kwam de oude haat, dien hij tegen den bevrijder van Emily koesterde, weer met hevigheid in hem op en deed hem vergeten dat het in de eerste plaats van belang voor hem was niet de aandacht op zich te vestigen en buiten het bereik der Engelsche autoriteiten te komen.

Toen hij Lankhurst daar zoo onbezorgd en rustig zag voortstappen, kwam een onbedwingbare lust in hem op hem aan te vallen en te dooden. Hij bedacht dat hij het pistool, hem door Dubois verstrekt, nog bij zich had en dat het. hem dus uiterst gemakkelijk zou vallen Lankhurst van uit een hinderlaag neer te schieten.

Hij haalde het wapen, een tweeloopspistool, te voorschijn, ging op zijn knie zitten en bevende van spanning, van begeerte om te dooden legde hij op den niets kwaads vermoedenden kapitein aan, vast besloten niet af te trekken vóór hij zeker van zijn schot was.

Lankhurst floot de wijs van een Engelsch soldatenliedje en liep opgewekt voort. Over een uur zou hij Doortje weerzien^ die gedachte maakte hem gelukkig en stemde hem blijmoedig. Als zij weer bezwaren maakte bij hem te blijven, zou hij haar zeggen dat het zijn levensgeluk gold, dat hij veel eerbied had voer haar werk en haar zieken, maar dat hij zekerheid moest hebben of zij hem liefhad, of zij zijn vrouw wilde worden.

Hij zou haar alles zeggen, o, zooveel... wat zou zij antwoorden ! ?

14

Sluiten