Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PROLOOG.

(De Prologus spreekt voor het gesloten doek).

Gij goede menschen, in dit huis vereend, voordat gij mild uw wakkere aandacht leent aan klank, gebaar en handel, merkt wel aan wat ik u zeg, en wilt mijn woord verstaan:

dit simple spel is vreemd aan zede en tijd, een schuchter kind gelijk dat gaarne mijdt het straatsch gewoel en luide kleuren, treedt het in het licht uws luist ers, en het weet

zijn schamel aanzijn in den schoonen kring van uw gehoor, een poovre vreemdeling. Gij die den lach en 't blijde leven mint, de gulden uren om uw leden spint

tot een gewaad van louter vreugde en lust, en nooit een stem uit over-aardsche rust gehoord hebt die door martelende vraag naar goudener geluk alles omlaag

rukte in uw hart aan grootheid en geluk, en sloeg tot hooger heil uw heil aan stuk, — gij zult wellicht de beelden langs u zien verglijden met koele aandacht, ze vervliên

in nacht, een zeil gelijk dat aan den rand der diepe kim vernevelt naar een land dat men niet kent, te kennen niet begeert. Maar u, wien 't goede leven heeft geleerd

Sluiten