Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot danken stof. Geen levend schepsel schijnt dit land te bergen, buiten het geweld van wind en water trof niet één gerucht onze ooren, en geen teeken speurden wij, geen zweem van menschen of gedierte, niets. Eenzaam den dood te wachten, schijnt u dat zoo dankenswaard? En zoo er leven achter 't gordijn van duister schuilt, kan dat voor ons niet honderdvoudig dood beteekenen? Te danken voor de schaamle onzekerheid die door zijn onbewogen voorhang niet

het zwakst gespeel van schemer glippen laat

Gij zijt gebleven, wat ge waart, een droomer.

SÜvio. Is niet de waarheid schoonst als zij zich hult

in kleed van droomen?

Tobias. Niet om schoon te zijn

is waarheid waar, maar om het ware alleen;

elk tooisel mindert voor die taak haar krachten.

Süvio. Mijn goede Tobias

Tobias. Mijn goede Tobias......

En dat is heel uw antwoord ? Süvio. Dat is al.

Wel drijft een ander antwoord overwaasd van nevel, aan den einder van mijn denken, maar de adem van dat woord is niet aan mij. Tobias. Wat baten woorden voor den bangen doem der schrik'lijkste eenzaamheid, —

het eeuw'ge wak der zee golft achter ons, en voor ons rijst

geweld van rots...... of kunnen 't boomen zijn

Neen, toch niet, rots, een enkle lijn, die scherp

de snijding teekent in de grauwe lucht

Merkt ge wel, Süvio, die schaduw, zwart en dreigend, en den zwaren nacht te sterk ? Süvio. Het duister mindert voor 't nabije rijzen der maan......

Tobias. 't Is rots, ik ben er zeker van!

Sluiten