Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar gaat opnieuw de klopper, nog eens, nog eens; gij hebt toch die muziek wel duidelijk gehoord, — 't was geen begooch'ling, Silvio ? Süvio. Neen, die muziek was geen begoocheling, zoo niet de gansche wereld van geluid

en kleur begooch'ling is

Tobias. Ik hoor gerucht!

Een voetstap nadert en geklank van sleutels!......

De portier (van binnen).

Wie waagt het, de verworpenen te naadren? Tobias. Twee schepelingen, door een gril van storm en zee gespaard, van vaartuig en bemanning, die ondergingen in de golven, vragen gastvrijheid.

De portier. Wacht geen gaven van wie alles genomen werd.

Tobias. Geen gaven van wie alles

genomen werd Ge kunt ons toch een dak

boven ons hoofd, een peluw voor het afgematte lichaam schaffen, en een klein deel van uw voorraad. De portier. Niets. — Geen dak, geen brood, geen peluw.

Tobias. Niets?...... Wat is het voor een woning,

waar men aan ons, die alles derven, alles moet weigeren?

De portier. De woning van den dood.

Tobias. Wat mag dat zijn... ik huiver van die stem...

't Is mij te moede, Silvio, als wacht

ons weinig goeds...... Nog eens, ik ben niet bang,

maar Kjkt ook u niet alles vreemd en duister ? Ik hoorde menigmaal van spokerij, van alfsgedrocht en wonder avontuur, en menig schepeling, die na zijn tochten de heugenis van zonderling ontmoeten bewaarde en thuis den kring van luisteraars deed sidderen. Heugt u nog, Silvio,

Sluiten