Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Marius, onze oude stuurman, dien

de zee met de anderen versloeg — God hebbe

hun zielen — hoe ons Marius vertelde

van Sint-Brandaen, die tartend ongeloof

leerde verwinnen door de wonderreis

die God hem opgelegd had ? — wat hij zag,

tot Judas en den Booze toe, de plaats

der eeuwige verschrikking; — het geween

van de verdoemden hoorde hij den put

ontstijgen, waar hij langs kwam.

Silvio,

speurt gij geen dreiging in wat komen zal? Süvio. Onze aarde is groot van onbegrepen dingen, en ik vermoed zoo min als gij wat ons die poort verborgen houdt; — maar laat ons zien. Zoo gij een mensen zijt, die gesproken hebt, vertoon u!

Tobias. Hoor, de sleutels rinkelen!

De deur knarst in de hengsels Silvio,

bang ben ik niet, maar vreemd is alles toch!

Een innerlijke stem

Süvio. Misschien zijt gij het nu,

die voor de vreugde uw hart te vroeg ontsloot.

(De portier op met een lantaren).

Tobias. Zijt gij een mensen?

De portier. Terug; onrein! onrein!

Tobias. De roep van de melaatschenü

Süvio. Wèl een mensch,

maar dien God zwaar zijn mensch-zijn dragen doet.

Spreek, goede vriend, is werkelijk uw lot

zoo droevig als uw schrikkelijke woorden

vermoeden doen?

De portier. Zoo droevig is mijn lot,

het lot van allen die met mij dit huis

bewonen.

Tobias. Groot e God, dan heeft de zee ons uitgespogen op een eiland van

Sluiten