Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor onze naadring schijnt

Nooit heeft een mensen zoo tegen mij gesproken, dit is meer dan menschelijk......

SÜvh. Wat is uw raad, mijn Vader; wat zal ik doen?

De Vader. Het ware God verzoeken

zoo ge onze woning intradt, en ge zult

nochtans twee maanden ons nabij-zijn moeten

verdragen. Viermaal in een jaar brengt ons

een schip van overzee 't behoeven, dat

het eiland zelf ons niet verschaffen kan.

Het is een maand geleden dat het ons

voor 't laatst bezocht. Zoo God wil zal de tijd,

hoe traag hier de uren glijden naar 't voorbij —

zijn loop volbrengen zonder dat de kwaal

u aantast; de gestrektheid van het land

is rijk aan diepe kloven in de rotsen,

die u beschutting bieden tegen wind

en regen, het gewas van grond en boomen

biedt overvloed van voedsel, waar geen kiem

van dood in is verborgen, wild gedierte

huist in de bosschen niet, en voor den nacht

is andere bescherming dan spelonk

en bergspleet u kan bieden, niet van noode,

want de uren, die het avond-dalen aan

den morgen-schemer binden, zijn hier zoel

en zonder kwade dampen.

(Tobias aarzelend op).

Tobias. Silvio!

Ge rijt nog hier? Ge waagt u roekeloos

bu die de wereld uitgeworpen heeft,

en voelt geen vrees dat God u straffen kan

voor zondige gemeenschap met wie Hij

geteekend heeft? Gij

Süvio. Schaam u, Tobias!

(De muziek, die gedurende enkele minuten gezwegen heeft,

Sluiten