Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarin te branden als een wreede vlam,

een witte vlam van niet te zeggen leed

Mijn goede Vader, spreek met haar, dat met haar arm verbijsterd hart vergaan zal in de grondelooze kolk van zooveel smart

(Silvio af. — Een stilte).

De Vader. Mijn kind, de zon zal zinken achter

['t bosch,

en de avond neemt zijn zilvren glansen saam; dra zal de schemer moede zielen dekken met den vertrouwden troost der sluimering. Mara. Mocht het voor mij een slaap zijn zonder

[einde.

De Vader. Men moet van slaap niet spreken eer men

[weet

wat wakker zijn beduidt. Mara. Wat meent ge, Vader......

De Vader. De slaap der zinnen is de wake van

de ziel;—zooals de sterren op den dag

verduistren voor den glans der groote zon,

maar in den nacht met verre flonkering

een afglans dragen van Gods eeuwigheid,

zoo deinst de ziel wanneer de zinnen spreken,

en voert haar eigen heimelijk bestaan,

maar is de sterke brand gedoofd, die haar

verstoorde, dan begint het uur der ziel,

een bloem, die hare kelk bloei-biddend wendt

naar 't Licht, dat haar een glans gaf van zijn licht.

Mara. Kunt gij mij met uw woorden doen genezen?

De Vader. Uw lichaam met, maar ook uw ziel is ziek.

Mara. Die zou gezond zijn zoo mijn lijf genas.

De Vader. En zoudt ge zoo ge weer gezond waart niet

betreuren, dat ge eens in bitterheid

aanvaard had wat u ook was opgelegd

door God?

Mara. Ik weet het niet... Wat heeft een God voor nut van mijn geschonden leden?

Sluiten