Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik ben verworpen, wijl het schoonste mij

onthouden werd: te leven door een leven

te geven...... O mijn Vader, 't woord dat balsem

moest brengen sloeg een schrikkelijke wonde, waaruit mijn bloed in trage droppen donkren zal tot het einde...... Och, hoe zal ik ooit

de goddelijke Moeder met haar kind weer kunnen aanzien zonder te gedenken wat mij onthouden werd......

De Vader. Mara, mijn kind,

de Moeder Gods heeft duldeloos geleden

Mara. Maar ook onzegbre vreugden gaarde zij durend in diepe zielekaamren saam. Wat voor een lijden kunt ge stellen tegen

zooveel geluk Geef mij de smarten van

de gansche wereld, en mijn lippen zou

geen klacht ontsluipen, als die eene blijdschap

(Zij schreit. — Gedurende de laatste woorden van Mara is de klok begonnen te luiden. — Een stilte).

De Vader. Mijn kind, de stem der klok roept tot

[gebed;

vraag God den troost, dien ik niet geven kan. Mara. Mijn Vader, och, ge zijt zoo goed, ik weet hoe goed gij zijt...... maar ik...... ik kan niet meer

bidden ik kan het niet...... ga gij alleen

Vader, en bid voor mij ik kan het niet......

(De Vader gaat heen. — Mara blijft in gebogen houding zitten. —De klok luidt nog door. — Silvio komt op; Mara ziet hem en maakt een beweging van heen te gaan).

SÜvio. Vreest ge mij, Mara?

Mara. Neen, ik vrees u niet,

maar wijl ge mij met vreest, ontvlucht ik u.

Süvio. Als ik u vraag te blijven zult ge dan

nog vlieden?

Mara. Mijn nabij-zijn is voor ieder verderf lijk, hoe zoudt gij het wenschen kunnen? Süvio. Wijl ge zoo klein zijt en zoo teeder, Mara. Mara. Trekt al wat klein en teeder is, u aan?

Sluiten