Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Silvio. Neen;

ge kunt gerust zijn.

Tobias. O, ik vreesde het......

Kan ieder ding dat onze hand beroert de kiem niet dragen van het gif dat ons voorgoed zou kluistren aan dit oord van dood en doemems?...... Ik huiver van den wind,

die met bedrieglijk streelen om ons waart; dezelfde lucht omspeelt de kranken van dit eiland......

Silvio. Gods rechtvaardigheid is wel zóó voelbaar, dat niet elk verheugen van gezonden wordt onthouden aan de kranken. Zoudt gij de lucht, die uwe slapen koelt, aan deze ellendigen ontzeggen willen? Tobias. Die lucht kan dood mede op haar wieken

dragen,

en ieder mensch is aan zich-zelf het naast. Silvio. Dat is hij niet! Tobias. Wanneer de droomer spreekt voegt mij te zwijgen. Silvio. Tobias, wellicht hebt ge gelijk, en is een dwaze dwaling mijn taal, laat mij dan maar mijn dwaasheid koestren; zij is mij lief, en wie een droomer neemt zijn droom, rooft aan een kind zijn mooiste speelgoed.

Keer weder naar uw uitkijk, haal het schip met uw verlangende oogen in, zoodra de kim het loslaat; dat is uw stuk speelgoed. Tobias. Het zij, maar houd uw droom in strenge

[tucht

van de gedachte, dat uw speelpop niet

uw meester worde Doch ik zie daarginds

de nadering van een, die mij ook zonder uw woorden naar mijn uitkijk had verdreven. Nog dreigt bij eiken stap gevaar, en eer

Sluiten