Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Vader. Maar zoo zij anders dacht dan gij, en toch uw heengaan wenschte, wijl haar liefde niet

gedoogen kon dat gij zoudt blijven, dan

Süvio. Vraag het mij niet

De Vader. Daar komt zij-zelve, spreek met haar, mijn zoon, en zoo uw hart u zegt, dat zij u waarlijk liefheeft, doe haar wil. (De Vader af. — Mara op).

Mara. Men zeide dat het schip in aantocht is

dat u van hier zal voeren, Silvio.

Süvio. Ook mij bereikte deze tijding, Mara.

Mara. Jk dacht dat ik u niet meer vinden zou,

maar hoopte heimelijk u nog te zien,

om u te kunnen danken eer ge gaat.

Want zoo ik op den weg van bitterheid

naar deemoed ook maar één stap heb gewonnen,

dank ik het u. Ge waart zoo goed voor mij

dat uwe goedheid bij mij wonen zal

als wei-gekomen gast voor alle tijd

als gij zijt heengegaan. En, Silvio,

ik heb voor u gebeden heel den nacht,

en toen het morgen werd, ben ik in de

kapel gegaan, de schemer hing nog over

de dingen toen ik knielde en weder voor

u bad. Toen hoorde ik plotseling een stem; —

zooals het luiden van een klok in 't dal,

wanneer men zelf hoog op de bergen is,

zoo was die stem, zoo klaar, zoo zeker, en

toch ver, zoo ver zij zeide: „Süvio

zal heel gelukkig zijn". — Verwonderd zag ik om mij heen, maar vond de ruimte ledig, die allengs volgeloopen was met licht. Later kwam Vader Cyprianus, maar diens stem kan niet dat woord gesproken hebben. Süvio. Ja, Mara, ik zal heel gelukkig zijn; want ook aan mij verklaarde zich een stem, maar deze stem rees in mijn eigen hart;

Sluiten