Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Süvio. Hoe klein was mijn vertrouwen, en hoe slecht

heb ik gedacht O gij, wier wezen ons

verstand niet vatten kan, hoe groot is uw erbarmen met de menschen

(De Vader op).

De Vader. Silvio!

Wat doet gij! Wat gebeurt hier? Mara's

[stem

bereikte mij toen ik het bosch doortrad

Wat is geschied ? Wat wonderzoet aroom

wolkt op de koelte van den morgen aan?

Mara. God heeft mijn lichaam als mijn ziel genezen. De Vader. Nu kan ik rustig sterven, Heer! — Laat

[thans

uw dienstknecht heengaan, want mijn oogen hebben

als Simeon uw zaligheid gezien.

Mijn kinderen, gij, die u-zelf gevonden

hebt door u-zelt te vlieden, gaat, en geeft

u aan de wereld weder, die u wacht.

Een nieuwe dag vangt aan; — een afglans van

Gods liefde bhjve u beider hoold omhchten,

en zoo gij lief hebt, trouw zijt en gelooft,

verwint gij demon, duisternis en dood.

(Mara en Silvio af).

De Vader. Vaartwel, vaartwel, gaat allen huiswaarts

[nu

wij onze harten hebben uitgezegd. Gedenkt het spel, gedenkt ons die het u vertoonden, en die 't schreef, Gods arme knecht.

Sluiten