Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op voordracht van den Directeur van Financiën, indien de ambtenaar zich op het tijdstip van zijn ontslag in NederlandschIndië bevindt; anders door Ons, op voordracht van den Minister van Koloniën.

Artikel 11.

Oeen pensioen wordt toegekend dan met vermelding van gronden.

Artikel 12.

(1) Voor een diensttijd van twintig jaren wordt het jaarlijksch bedrag van het pensioen vastgesteld op driemaal den hoogsten pensioengrondslag welke gedurende vier-en-twintig maanden voor den localen ambtenaar gegolden heeft, of op driemaal den hoogsten pensioengrondslag, welke gedurende zes-en-dertig maanden gegolden heeft, al naar gelang die pensioengrondslag ƒ 1000.— of minder, dan wel meer dan ƒ 1000.— per maand heeft bedragen.

(2) Indien de hoogste pensioengrondslag niet onderscheidenlijk gedurende vier-en-twintig of zes-en-dertig maanden gegolden heeft, wordt het pensioen berekend naar het gemiddelde van de hoogste en de naast daarbij komende grondslagen, gedurende vier-en-twintig of zes-en-dertig maanden.

(3) Wanneer het pensioen berekend over den gemiddelden maandelijkschen pensioengrondslag over zes-en-dertig maanden, lager zou worden dan het bedrag, hetwelk als pensioen zou moeten worden toegekend, wanneer de pensioen- , grondslag van den ambtenaar niet op meer dan ƒ 1000.— 's maands ware gebracht, wordt het pensioen op dat bedrag vastgesteld.

(4) Waar de in dit artikel gestelde maatstaf ontbreekt, wordt het pensioen berekend over de middelsom der gegolden hebbende pensioengrondslagen.

(5) Voor een diensttijd van meer of minder dan twintig jaren wordt het pensioen van een twintigjarigen dienst, naar verhouding van één twintigste voor elk jaar, vermeerderd of verminderd.

(6) De vermeerdering bedraagt ten hoogste tien twintigsten.

Sluiten