Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 20,

(1) Voor het pensioen van een Europeesch locaal ambtenaar wordt door het gebiedsdeel met eigen geldmiddelen, hetwelk hij dient, ten behoeve van het fonds bijgedragen.

(2.) Niet bijgedragen wordt voor den Europeeschen localen ambtenaar, die meer dan 30 dienstjaren voor pensioen kan doen gelden en die zijn laatste verhooging van bezoldiging meer dan 2 jaren — meer dan 3 jaren indien zijne wedde meer dan ƒ 1000.— 's maands bedraagt — heeft genoten. Wordt de bezoldiging van een dergelijken ambtenaar verhoogd, dan behoort gedurende 2, onderscheidenlijk 3 jaren, over de verhooging te worden bijgedragen.

(3) De bijdrage bedraagt zooveel percent van den pensioengrondslag van den ambtenaar als door Ons op grond van de uitkomsten van het onderzoek naar den financieelen toestand van het fonds, telkens wordt bepaald. Voor de eerste jaren bedraagt het percentage

(4) Wanneer een Europeesch locaal ambtenaar eene betrekking vervult in dienst van twee of meer gebiedsdeelen, wordt de pensioensbijdrage over die gebiedsdeelen omgeslagen naar verhouding van hetgeen elk gebiedsdeel in den pensioengrondslag' bijdraagt.

Artikel 21.

(1) De hiervoren bedoelde bijdragen zijn mede verschuldigd over inkomsten genoten in tijdvakken die voor pensioen op den voet van dit reglement medetellen, tenzij de belanghebbende deze tijdvakken niet voor pensioen wenscht in te koopen. De berekening van de inkomsten, genoten in militairen dienst, geschiedt volgens den door den Gouverneur-Generaal ten behoeve van de burgerlijke pensioenen vastgestelden maatstaf.

(2) Over tijdvakken, die voor pensioen op den voet van dit reglement medetellen, doch waarin geen inkomsten zijn genoten, is de bijdrage verschuldigd over het inkomen, hetwelk volgens de bepalingen geacht wordt door den belanghebbende te zijn genoten.

(3) De over inkomsten in localen dienst verschuldigde bij-

Sluiten