Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK. Van de pensioenen van de weduwen en weezen. Artikel 24.

(1) De verhouding tusschen de Europeesche locale ambtenaren en het fonds in zake de verzekering van pensioen en onderstand voor hunne weduwen en weezen, wordt in dit reglement aangeduid als deelgenootschap, de ambtenaren en gewezen ambtenaren zelf als deelgenooten.

(2) Met uitzondering van hen, die den leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt en behoudens het bepaalde bij artikel 27 en lid 5 van artikel 43, zijn alle mannelijke en vrouwelijke Europeesche locale ambtenaren deelgenoot in het fonds. Mede zijn. deelgenoot de gewezen Europeesche locale ambtenaren, die gepensionneerd zijn volgens de bepalingen van het eerste hoofdstuk vari dit reglement en diegenen over wie artikel 26 handelt.

(3) Het deelgenootschap vangt aan met de maand, waarover voor het eerst inkomsten als Europeesch locaal ambtenaar worden genoten; Europeesche locale ambtenaren, die den leeftijd van achttien jaren bereiken, worden deelgenoot met ingang van de maand, volgende op die, waarin zulks geschiedt.

(4) Het deelgenootschap eindigt in de maand, waarin men ophoudt Europeesch locaal ambtenaar te zijn op den dag, waarover voor het laatst inkomsten als zoodanig worden genoten.

Artikel 25.

(1) Met uitzondering van de personen bedoeld in artikel 28 wordt aan de weduwen van deelgenooten pensioen en aan hunne weezen onderstand toegekend ten laste van het fonds.

(2) Onder weezen worden in dit reglement verstaan minderjarige kinderen van overleden deelgenooten, die geboren zijn uit een huwelijk, dan wel gewettigd zijn.

Artikel 26.

(1) Mannelijke deelgenooten, die uit den localen dienst wor-

Sluiten