Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de maandeliiksche pensioengrondslagen welke voor den deelgenoot gedurende de laatste twee jaren van werkelijken dienst hebben gegolden.

(2) Indien de overledene nog geen twee jaren in werkelijken dienst heeft doorgebracht, wordt het pensioen berekend naar het gemiddelde bedrag van de pensioengrondslagen.

(3) Bij de berekening der uitkeeringen aan de nagelaten betrekkingen van iemand die op den voet van artikel 26 vrijwillig deelgenoot is gebleven, wordt aangenomen dat deze in, werkelijken dienst is geweest tot het tijdstip waarop hij is gaan bijdragen over een fictief pensioen.

(4) Onder werkelijken dienst, als bedoeld in de voorgaande leden zoomede in artikel 40, lid % is begrepen de tijd onder genot van voorloopige bezoldiging doorgebracht.

Artikel 30.

Het pensioen bedraagt:

■a. behoudens een minimum van acht gulden per maand, twintig ten honderd van het bedrag, dat tot grondslag voor de berekening strekt, wanneer dat bedrag één honderd gulden niet te boven gaat;

i- behoudens een minimum van twintig gulden en een maximum van honderd zestig gulden per maand, zestien ten honderd van het bedrag, dat tot grondslag voor de berekening strekt, wanneer dat bedrag één honderd gulden te boven gaat.

Artikel 31.

(1) Voor de kinderen van een overleden mannelijken deelgenoot, wier moeder pensioen geniet ten laste van het fonds, bedraagt de onderstand:

BJj een weduwenpensioen

berekend naar een I berekend naar een grondslag van f 125.— grondslag van minder en hooger. dan f 125.—.

Voor 1 kind f 8.— 'smaandp. f 6.— 's maands.

„ 2 kinderen „ 14.— . , 10.— „

„ 3 ,, „ 19.— „ , 13.— „

„ 4 „ „ 22.— „ „ 16.— „

„ 5 of meer kinderen... . 24.— „ ' „ 18.— „

■o. b. p. k. 2

(1) Voor de kinderen van een overleden mannelijken deelgenoot, wier moeder pensioen geniet ten laste van het fonds, bedraagt de onderstand:

Sluiten