Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Indien de moeder geen aanspraak heeft op pensioen ten laste van het fonds of wanneer zij eveneens overleden is, wordt de onderstand berekend als volgt:

a. bij een getal van drie of minder krijgt ieder het een derde gedeelte van het pensioen, berekend op den voet van artikel 30, doch in geen geval minder dan het bedrag van den onderstand, bedoeld in lid 1;

b. bij een getal van meer dan drie worden de weezen in twee groepen gesplitst; de eene groep bestaat uit drie weezen, de andere groep uit het overige aantal kinderen. Voor de groep van drie weezen geschiedt de berekening van den onderstand op de onder a aangegeven wijze, voor de andere groep geschiedt die berekening naar de schaal van lid 1.

Elk der weezen heeft recht op een gelijk aandeel van het totaal der beide op de bovenaangegeven wijze verkregen bedragen. Indien het gemiddelde bedrag van den onderstand voor iederen wees alsdan meer zou bedragen dan gemiddeld per kind zou genoten worden, als er slechts drie weezen waren, wordt evenbedoelde totaalsom verminderd met een zoodanig bedrag dat de beide middelsommen aan elkaar gelijk worden.

(3) De regeling van den onderstand, toekomende aan kinderen van eene overledene vrouwelijke deelgenoot, geschiedt op den voet van het bepaalde bij lid 2, met dien verstande dat in de plaats van het daarin onder a bedoelde pensioen als basis voor de berekening wordt genomen het pensioen, waarop aanspraak kan worden gemaakt door de weduwe van een deelgenoot, die als ambtenaar in geheel dezelfde omstandigheden verkeerde als de vrouwelijke deelgenoot.

(4) Volle weezen, wier vader en moeder bij hun overlijden deelgenoot waren, hebben aanspraak op onderstand zoowel van vaders- als van moederszijde.

(5) Toekenning van onderstand aan weezen, die denzelfden vader hebben, doch uit verschillende moeders geboren zijn, geschiedt voor iedere groep afzonderlijk op den voet van het hierboven bepaalde, met dien verstande, dat de onderstand van alle groepen van volle weezen berekend wordt naar het weduwenpensioen, waarvoor de vader bij zijn overlijden deelgenoot was. Gewettigde kinderen, wier ouders geen huwelijk hebben aangegaan, zoomede de moederlooze kinderen, die de

Sluiten