Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader bij zijn toetreden als deelgenoot had, worden te zamen gerekend als te zijn gesproten uit één huwelijk.

(6) Zoolang de door den deelgenoot nagelaten weduwe pensioen geniet ten laste van het fonds, mag hét totaalbedrag van de onderstanden het bedrag van dat pensioen niet overtreffen.

(7) Indien ook de door den deelgenoot nagelaten weduwe is overleden of indien zij geen aanspraak heeft op pensioen ten laste van het fonds, mag het totaalbedrag van de onderstanden het dubbele van het in lid 5 bedoelde pensioen niet overtreffen.

(8) Indien de op den voet van lid 5 berekende onderstanden in verband met het bepaalde bij de twee vorige leden moeten worden verminderd, geschiedt die vermindering op zoodanige wijze dat de verhouding, die volgens de aanvankelijke berekening tusschen de onderstanden der verschillende groepen van kinderen bestond, dezelfde blijft.

Artikel 32.

(1) Eene weduwe, die een nieuw huwelijk aangaat, verliest de helft van haar pensioen. Over de maand, waarin het huwelijk plaats heeft, wordt haar vol pensioen uitbetaald.

(2) Bij ontbinding van haar laatste huwelijk treedt zij weder in het genot van haar vol pensioen. Over de maand, waarin de ontbinding plaats heeft, wordt haar half pensioen uitbetaald.

(3) Zoolang eene hertrouwde weduwe half pensioen geniet, wordt aan hare kinderen de helft van den onderstand van volle weezen uitgekeerd, tenzij die helft kleiner is dan de onderstand, berekend op den voet van artikel 31.

(4) Tot de uitbetaling van vol pensioen wordt telkenmale eerst overgegaan, nadat van de weduwe is ontvangen eene schriftelijke verklaring dat zij ongehuwd is, ook in den zin van artikel 57. Eene weduwe, die eene verklaring indient, welke met de waarheid in strijd is, verliest voor goed alle aanspraak op pensioen.

Artikel 33.

(1) De deelgenooten zijn verplicht aan het fonds bij te dragen in de gevallen, onder de voorwaarden en naar de regelen bij dit reglement bepaald.

Sluiten