Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pensioengrondslag, waarmede het pensioen, dat aan de weduwe vóór haar hertrouwen toekwam, overeenstemt, c.q. verhoogd naar den maatstaf van de bij artikel 36 behoorende tabellen. Is dat verschil negatief, dan wordt het verrekend met de huwelijksbijdrage, welke bij vermeerdering van bezoldiging door den deelgenoot verschuldigd is.

(2) De echtgenoote van een deelgenoot, door wien op den voet van het bepaalde bij het eerste lid van dit artikel geene of eene verminderde huwelijksbijdrage is voldaan, heeft, indien zij wederom weduwe wordt, ingevolge haar laatste huwelijk slechts aanspraak op pensioen tot een zoodanig bedrag dat zij, te zamen met het pensioen, hetwelk haar krachtens een vorig huwelijk toekomt, een inkomen heeft gelijk aan het pensioen, dat overeenstemt met de voor den deelgenoot gegolden hebbende grondslagen. Aan de kinderen uit het laatste huwelijk wordt, indien de moeder in leven is, onderstand toegekend op den voet van artikel 31, lid 1. Is de moeder eveneens overleden, dan genieten die kinderen onderstand op den voet van artikel 31, lid 2. In beide gevallen wordt bij de toepassing van artikel 31 aangenomen, dat de moeder ten laste van het fonds het pensioen geniet of zou hebben genoten, dat overeenstemt met de voor den deelgenoot vastgestelde grondslagen.

(3) De echtgenoote van een deelgenoot die van de bepaling in lid 1 geen gebruik heeft gemaakt, heeft, indien zij wederom weduwe wordt, ingevolge haar laatste huwelijk aanspraak op vol pensioen boven het pensioen, dat haar krachtens haar vorig huwelijk toekomt.

Bij de toekenning van onderstand aan de kinderen uit het laatste huwelijk wordt evenmin rekening gehouden met hetgeen aan kinderen uit een vorig huwelijk wordt uitgekeerd.

(4) Eene vrouw, die gehuwd is met een deelgenoot in het fonds of in eenig ander onder toezicht van de Regeering gesteld Weduwen- en Weezenfonds en geen kinderen uit een vorig huwelijk heeft, die bij haar overlijden aanspraak op onderstand zouden kunnen maken, is bij hare toetreding als deelgenoot niet verplicht de huwelijksbijdrage, bedoeld onder c van artikel 36, eerste lid, te voldoen.

(5) Indien eene vrouwelijke deelgenoot huwt met een deelgenoot in het fonds of in eenig ander onder toezicht van de Regeering gesteld Weduwen- en Weezenfonds, is zij niet ver-

Sluiten