Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drie maanden heeft gegolden, een aanvang gemaakt met de invordering van de verschuldigde buitengewone bijdrage, alsmede van de eventueel verschuldigde huwelijksbijdrage en extra-bijdrage.

Artikel 44.

(1) Hetgeen een deelgenoot bij zijn overlijden nog aan het fonds schuldig is, wordt zooveel mogelijk voldaan door inhoudingen van tien tot dertig ten honderd — ter beoordeeling in Nederland van de Directie, in Nederlandsch-Indië van de Administratie van het fonds — van het pensioen der weduwen en den onderstand der kinderen, tenzij de deelgenoot niet binnen een jaar na de voltrekking van het huwelijk, waaruit de betrekkingen zijn achtergelaten, van die voltrekking had kennis gegeven, in welk geval de inhoudingen dertig tot vijftig ten honderd van het pensioen en den onderstand bedragen.

(2) De maximum-inhoudingen, onderscheidenlijk van dertig en vijftig ten honderd, moeten worden toegepast, indien de bijdrage, c.q. met inbegrip van de verschuldigde rente, niet binnen vijf jaar, nadat het recht op uitkeering is ontstaan, kan worden aangezuiverd.

(3) Indien de bij lid 1 en lid 2 bedoelde inhoudingen over een langer tijdvak loopen dan vooi» de oorspronkelijke regeling van de betaling der bijdragen gold, wordt over den langer en duur eene rente naar reden van vijf ten honderd 's jaars bijberekend.

(4) Voor hetgeen niet van het pensioen der weduwe en den onderstand der kinderen kan worden ingehouden, zijn de erfgenamen van den deelgenoot aansprakelijk.

Artikel 45.

Alle bijdragen, die verschuldigd waren op het tijdstip van hare voldoening, zijn onherroepelijk eigendom van het fonds.

Artikel 46.

(1) De locale raden van de gebiedsdeelen bij welke de deelgenooten in dienst zijn, dragen zorg voor de invordering van •de bijdragen en zijn voor het verschuldigde verantwoordelijk.

Sluiten