Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Zijn de deelgenooten buiten Nederlandsch-Indië gevestigd, dan kan voor de invordering de tussfihenkomst van den Minister van Koloniën worden ingeroepen.

Artikel 47.

(1) De regeling van pensioenen en onderstanden geschiedt in Nederland door de Directie, in Nederlandsch-Indië door de Administratie van het fonds, nadat de in Nederland door den Minister van Koloniën, in Nederlandsch-Indië door den Gouverneur-Generaal voorgeschreven bewijsstukken aan haar zijn •overgelegd.

(2) Wanneer de weduwen of de weezen zich in Nederlandsch-Indië elders dan op Java en Madoera bevinden, kunnen •de pensioenen en onderstanden, onder nadere goedkeuring van de Administratie van het fonds, verleend worden door het Hoofd van het gewest, waarin zij verblijf houden.

(3) Indien bij de ontvangst van eene aanvraag om toekenning van pensioen of onderstand stellige gegevens voor de vaststelling van het bedrag ontbreken, kan eene voorloopige regeling der uitkeering — c.q. op den voet van het bepaalde bij lid 2 — plaats hebben onder voorbehoud van nadere regeling en verrekening.

(4) Wanneer pensioenen of onderstanden, ter beoordeeling van het gezag, dat ze verleende, in strijd met de bepalingen van het reglement zijn toegekend, kunnen zij worden herzien. Het te weinig genotene over de laatste vijf jaren wordt aan de rechthebbenden uitbetaald zonder bijberekening van rente, het teveel genotene niet teruggevorderd, tenzij de fout is toe te schrijven aan bedrog of arglist, gepleegd bij de aanvraag van pensioen of onderstand.

Artikel 48.

(1) Bij vermoedelijk overlijden van een deelgenoot, ter be•oordeeling in Nederland van de Directie, in Nederlandsch-Indië van de Administratie van het fonds, kan tot de regeling van het pensioen en den onderstand worden overgegaan tegen afgifte van een verklaring, ten genoegen van het gezag, door hetwelk de regeling der uitkeeringen geschiedt, dat de gelden,

O. B. P. E.

3

Sluiten