Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke later mochten blijken ten onrechte genoten te zijn, zuilera worden teruggegeven.

(2) Bij vermoedelijk overlijden van eene pensioen genietende weduwe kan op de wijze en onder de voorwaarde, in lid 1 bepaald, aan hare kinderen de onderstand van volle weezen worden toegekend.

(3) Bij toepassing van lid 1 of van lid 2 wordt het tijdstip» van ingang der uitkeeringen bepaald door het gezag, dat omtrent het vermoedelijk overlijden uitspraak doet.

Artikel 49.

Qeen onderstand wordt uitgekeerd:

a. aan weezen, die een burgerlijke betrekking bekleeden, die wordt bezoldigd met minstens zes honderd gulden, dan wel minstens drie honderd gulden 's jaars, al naar mate zij in of buiten de koloniën wordt vervuld;

b. aan officieren van het Nederlandsche of Nederlandsch-Indische leger, dan wel in dienst van eene vreemde mogendheid;

c. aan weezen, die gehuwd zijn.

Artikel 50.

(1) De uitkeeringen uit het fonds gaan in met den eersten der maand, volgende op die, waarin het recht daarop is ontstaan.

(2) De onderstand voor kinderen, geboren na het overlijden van den vader, gaat in met de maand, volgende op die, waarin de geboorte heeft plaats gehad.

(3) De onderstand voor kinderen, gewettigd na het overlijden van den deelgerechtigden vader of de deelgerechtigde moeder, wordt geacht te zijn ingegaan met de maand, volgende op die, waarin het overlijden heeft plaats gehad.

(4) De uitkeeringen worden uitbetaald tot en met de maandr waarin de rechthebbende overlijdt of het recht daarop verliest.

Artikel 51.

De pensioenen en onderstanden worden maandelijks of driemaandelijks uitbetaald. In Nederland bepaalt de Minister

Sluiten