Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2.

Vergl. voor de formuleering van het begrip „locaal ambtenaar", Wet gemeenteambtenaren, art. 2, Grondslagen, Hoofdstuk II, § 1, en het Europeesch burgerlijke pensioenreglement, art. 2 0).

Een omschrijving van burgerlijk ambtenaar, leeraar enz. wordt niet noodig geacht, omdat in dit reglement die benamingen niet gebezigd worden. (Zie o.a. artikel 14, letter d). Om dezelfde reden is van een omschrijving van het begrip „tijdelijk locaal ambtenaar" afgezien. (Vergl. Wet gemeenteambtenaren, art. 15 c, met art. 4, letter c van het ontwerp-reglement).

Voor de omschrijving van het begrip „bezoldiging", zie Wet gemeenteambtenaren, art. 2, letter H, le lid en Grondslagen, Hoofdstuk II, § 1, 2e lid; de in laatsbedoelde bepaling gebezigde uitdrukking „waarneming van het ambt" doet hier te lande aan eene tijdelijke opdracht denken, weshalve hier het woord „vervulling" is gebezigd.

Voor de omschrijving van het begrip „pensioengrondslag", zie art. 2, letter I, Wet gemeenteambtenaren en Grondslagen» Hoofdstuk II, § 1, lid 3. Daar blijkens lid 1 van artikel 34 van het ontwerp de contributie voor de weduwen- en weezenzorg voor een gepensionneerde wordt berekend over zijn pensioen en niet over zijn pensioengrondslag, is in de definitie van dit laatste begrip niet gezegd dat het de grondslag is voor de verschuldigde bijdragen.

Artikel 3.

Dit artikel, regelende de pensioensaanspraken, is ontleend aan Hoofdstuk II, § 2, van de Grondslagen.

In de Grondslagen wordt niet aangegeven wie de ongeschiktheid moet vaststellen van den localen ambtenaar, wien na 10 jaar dienst pensioen zou kunnen worden toegelegd (zie lid 2, § a). Voorgesteld is dit te doen geschieden door den localen Raad.

De wijziging van de in de Grondslagen voorkomende woorden „ziels- of lichaamsgebreken" in „ziekte of gebrekSem" houdt

(1) Verder aangeduid als: B. P. R.

Sluiten