Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verband met het sedert bij de Moederlandsche Regeering ingediend voorstel tot wijziging o.m. van de overeenkomstige zinsnede van artikel 1, § d, van het B.P.R.

De kosten van het geneeskundig onderzoek worden door de Wet gemeenteambtenaren in sommige gevallen op de gemeenteambtenaren gelegd. Dit verdient voor Indië geen navolging omdat ook de burgerlijke ambtenaren de kosten van keuring en herkeuring niet zelf dragen. Aan de locale raden zal echter de verplichting worden opgelegd om de kosten van de keuring van den betrokken ambtenaar zoomede van zijn reis naar den zetel der commissie te vergoeden aan het Land. Hiervoor zal t.z.t. nog eene afzonderlijke regeling worden getroffen.

Artikel 4.

Voor de §§ a, b en c zijn gevolgd Grondslagen, Hoofdstuk II, § 3, a, b en c.

In § d is begrooting in het meervoud gezet, cfm artt. 3—4, § d van het B.P.R. (St. 1915 W 348). Opgemerkt wordt dat de zooeven aangehaalde bepaling spreekt van „door de Regeering in het leven geroepen" fondsen, doch het ontworpen artikel van „onder Regeeringstoezicht gestelde" fondsen zooals het Reglement voor het Civiel fonds in Staatsblad 1913 ïl° 359 (artt. 41 en 44) en de Grondslagen ook aangeven.

De bepaling vervat in Hoofdstuk II, lid 3, § e van de „Grondslagen" is niet overgenomen aangezien de tijd, welke met Europeanen gelijkgestelden zouden hebben kunnen in aanmerking brengen bij de berekening van pensioen op den voet van het reglement op het verleenen van pensioenen aan Inlandsche burgerlijke landsdienaren, krachtens de artt. 3—4, § h van het B.P.R. voor 2/3 gedeelte in aanmerking komt voor Europeesch burgerlijk pensioen en derhalve op grond van het bepaalde bij § d van het ontworpen artikel 4 ook voor locaal pensioen. In verband hiermede is de aangehaalde § e van de Grondslagen niet noodig. Wel komt het gewenscht voor dat de tijd, gedurende welken een met Europeanen gelijkgesteld locaal ambtenaar vóór zijn gelijkstelling in localen dienst heeft gewerkt, voor 2/3 gedeelte medetelt als diensttijd geldig voor locaal pensioen, weshalve dit beginsel in § e van dit artikel nog een plaats "heeft gevonden.

Sluiten