Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pensioen: den gehandhaafden pensioengrondslag, gelijk aan de vroegere hoogere bezoldiging, en voor weduwen en weezenpensioen: de middelsom van de pensioengrondslagen welke de laatste 2 jaren hebben gegolden.

Dit verdient geen aanbeveling, terwijl het evenmin wenschelijk voorkomt dat voor eigen pensioen dezelfde regeling wordt getroffen als voor het weduwen- en weezenpensioen. N.h.v. is het meest zuiver het stelsel van het B.P.R., dat voor eigen pensioen geen andere grondslag geldt dan de werkelijk genoten bezoldiging. De vroeger gegolden hebbende hoogere pensioengrondslag komt dan wel degelijk in aanmerking, doch voor niet meer maanden dan de werkelijk genoten wedde. Men schept dan niet voor den ambtenaar de gelegenheid om door betalen van contributie, zich op gemakkelijke wijze een hooger pensioen te verzekeren.

Aan het ontworpen artikel is nog een voorschrift (lid 5) toegevoegd over de bevoegdheid tot het vaststellen van de pensioengrondslagen, hetwelk niet is aangetroffen in de Grondslagen. Aan de Administratie van het Civiel Fonds ware dit op te dragen.

Kennisgeving van die vaststelling aan de Algemeene Rekenkamer wordt noodig geacht om dit College in staat te stellen de toegekende pensioenen na te gaan.

Artikel 7.

Vergl. art. 6 B.P.R.

Artikel 8.

Komt in hoofdzaak overeen met art. 7 B.P.R. vergl. Grondslagen Hoofdstuk II, § 14 en ook art. 14 van het Pensioenreglement voor Europeesche particuliere Onderwijzers (Staatsblad 1912 D? 419).

Het komt niet noodig voor om, zooals in dit laatste reglement is gedaan, het indienen van een geboorte-akte gebiedend voor te schrijven, omdat die akte reeds bij het fonds moet zijn geweest vóórdat de naam van den deelgenoot in de registers werd ingeschreven. Eveneens kan achterwege blijven de overleg-

Sluiten