Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging van een afschrift van het ontslag-besluit, aangezien het fonds voor zijn administratie van dergelijke besluiten reeds afschrift ontvangt.

Artikel 9.

Komt overeen met art. 8 B.P.R.

Artikel 10.

Vergl. art. 1, laatste lid B.P.R. en § 14 van de Grondslagen. Artikel 11.

Vergl. art. 9 B.P.R.

Artikel 12.

Opgesteld overeenkomstig de artt. 10 en 12 B.P.R. Opgemerkt wordt dat voor hen, die wisselvallige inkomsten hebben, hun pensioengrondslag zal worden vastgesteld op den voet van art. 6 van dit ontwerp-reglement, zoodat een bepaling als in het 5de lid van art. 10 B.P.R. niet noodig is.

Het 7de lid van het ontworpen artikel hetwelk regelt het pensioen van hen, die in of door de uitoefening van hun ambt lichamelijk ongeschikt worden voor verderen dienst, is ontworpen in overeenstemming met het bepaalde bij het 4de lid van voormeld artikel 10 B.P.R., behoudens dat nog in het geval is voorzien dat iemand meer dan 20 jaren dienst heeft en de berekening van zijn pensioen op de gewone wijze voor hem voordeeliger zou zijn.

De bepaling dat het pensioen niet meer mag bedragen dan ƒ ?000 is eenigszins gewijzigd opgenomen, welke wijziging verband houdt met de omstandigheid dat een gewezen locaal ambtenaar als zoodanig meer dan één pensioen kan genieten. Beperking van het pensioensbedrag tot ƒ 9 000 wordt om die reden noodig geacht.

Artikel 13.

Vergl. art. 13 B.P.R. in verband met de slotparagraaf van de Toelichting op de Grondslagen.

Sluiten