Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 38.

Zie § 13, Hoofdstuk III van de Grondslagen in verband met art. 44, lid 1, 3 en 4, Regl. Civ. fonds en art. 38, lid 1 t/m 4.

Artikel 39.

Vergl. art. 40, lid 1 en 2, Regl. Civ. fonds. De redactie van lid 1 is ruimer gemaakt, omdat die van het Regl. Civ. fonds aanleiding geeft tot moeilijkheden: tijdelijke verhoogingen van bezoldigingen kunnen een andere oorzaak hebben dan de bij artikel 40, lid 1, bedoelde waarneming, zoo bijv. door een terbeschikkingstelling.

' ' Artikel 40.

Dit artikel opent, in overeenstemming met art. 31 Regl. Civ. fonds, voor een deelgenoot van het locaal pensioenfonds, wiens bezoldiging wordt verlaagd, de gelegenheid om bij te dragen over de (hoogere) middelsom van de grondslagen, welke gedurende 24 maanden voorafgaande aan die verlaging hebben gegolden. Bij overlijden van den deelgenoot wordt dan de ondersteuning aan zijn nagelaten betrekkingen geregeld over bedoelde hoogere middelsom. Dit voordeel wordt echter niet altijd verkregen, zooals moge blijken uit het onderstaand voorbeeld, aangevende de grondslagen waarover het weduwenpensioen wordt berekend wanneer niet gebruik wordt gemaakt van artikel 31. Een ambtenaar die een wedde van ƒ 700.— 's maands twee jaar heeft genoten, wordt belast met de waarneming van een betrekking waaraan een bezoldiging van ƒ 1000.— 's maands, is verbonden. Na deze laatste betrekking één jaar te hebben waargenomen, wordt hij daarvan ontheven en benoemd op ƒ 800.—. Bij toepassing van artikel 31

u-a i JM ƒ 700 +ƒ 1000

zou hi] dan kunnen bijdragen over — —-— — = ƒ 850.—,

terwijl het weduwenpensioen ook over die som wordt berekend. Wordt van dit artikel geen gebruik gemaakt, dan draagt hij bij over ƒ 800.— en heeft, niettegenstaande de geringe contributie die hij betalen moet, het voordeel dat een tijdlang het pensioen over een hoogeren grondslag wordt berekend. Immers de grondslag bedraagt op het oogenblik dat de deelgenoot op ƒ 800 komt:

Sluiten