Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 X ƒ 700 + 12 X ƒ 1000

-ƒ 850.-

een maand later:

11 X ƒ 700 + 12 X ƒ 1000 + 1 X ƒ800 ,oeA„ 24— - = ƒ 854.16.-

zes maanden later:

6 X ƒ 700 + 12 X ƒ 1000 + 6 X ƒ 800

/ o/o.—

24

één jaar later:

12 X ƒ 1000 + 12 X ƒ 800

24

18 X ƒ 800 + 6 X ƒ 1000 terwijl V/t jaar daarna de grondslag - ~~24

= ƒ 850.— bedraagt, en 2 jaar na meerbedoeld tijdstip hij eerst ƒ 800.— bedraagt.

Uit het vorenstaande voorbeeld blijkt dus dat gedurende Wz jaar na ingang van zijn lagere bezoldiging het voor den deelgenoot voordeeliger is indien hij geen gebruik maakt van artikel 31, Regl. Civ. fonds: hij betaalt dan minder contributie dan wanneer hij wel van dat artikel gebruik had gemaakt, terwijl zijn weduwe bij zijn overlijden binnen dien tijd toch een pensioen zou hebben gekregen over een hoogeren grondslag dan ƒ 850.—.

De vraag is overwogen op welke wijze deze onbillijkheid kan worden weggenomen met behoud van het aan art. 31 Regl. Civ. fonds ten grondslag liggend beginsel. Gedacht is aan een zoodanige wijziging van het artikel dat eerst over een fictieve bezoldiging zou behoeven te worden bijgedragen, wanneer de maximum-middelsom van de hoogste en de later genoten bezoldiging, — dus in het gegeven voorbeeld ƒ 900— is bereikt, en dat dan wordt bijgedragen over die middelsom en niet over die tusschen de hoogste en de daarvóór genoten bezoldiging. Ook zou mitsdien dit punt zóó geregeld kunnen worden dat de deelgenooten over laatstbedoelde middelsom bijdragende, hiermede echter eerst beginnen op het tijdstip dat de werkelijke grondslag voor het weduwenpensioen tot dat bedrag is gedaald. In verband met die uiteenloopende regelingen, terwijl het niet onwaarschijnlijk is dat er nog andere zullen zijn, is op een en ander slechts de aandacht gevestigd

Sluiten