Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en is bij het opstellen van artikel 40 niet afgeweken van artikel 31, Regl. Civ. fonds.

Artikel 41.

Komt overeen met art. 39, Regl. Civ. fonds.

Artikel 42.

Komt overeen met art. 14, Regl. Civ. fonds.

Artikel 43.

De heffing van de contributiën is geregeld overeenkomstig § 15 van de Grondslagen, nl. door inhouding van de inkomisten van den deelgenoot (zie het lste lid). Met hen die inkomsten van het fonds genieten zijn de gepensionneerden bedoeld. De leden 2 t/m 8 geven voorschriften voor de deelgenooten die geen inkomsten genieten van een localen raad en niet gepensionneerd zijn. Leden 2 t/m 5, 7 en 8 komen overeen met art. 12, leden 8 t/m 13, Regl. Civ. fonds en lid 6, met lid 2 van art. 32 van dat Reglement.

Lid 9 geeft de verschillen tusschen deelgenooten zonder inkomsten in het algemeen en de facultatieve deelgenooten. Deze bepaling is ontleend aan art. 29, lid 10, Regl. Civ. fonds.

Vergl. voor lid 10, lid 6 van art. 12, Regl. Civ. fonds, waarvan afgeweken is met het oog op de vrouwelijke deelgenooten, die ingevolge lid 2 van art. 35 niet de heele doch slechts de halve verhooging van hare bezoldiging als buitengewone contributie behoeven te laten staan. Het spreekt m.i. van zelf dat zij over die andere helft gewone contributie betalen. Vergl. ook lid 14 van dit ontworpen artikel en art. 12, lid 7, Regl. Civ. fonds, laatsten zin.

Leden 11 t/m 14 komen overeen met art. 12, Regl. Civ. fonds, leden 2, 3, 4 en 7. Leden 15 t/m 18 met leden 8 t/m 11 van art. 34 van dat Reglement.

Lid 19 is ontleend aan art. 40, lid 3 van dat Regl.; niet overgenomen is het bepaalde waarbij is gezegd dat de hoogere bezoldiging is ingegaan met de maand waarin die voor de vierde maal wordt genoten, wijl dit niet bepaald noodig is en aanleiding kan geven tot interpretatie-quaesties, daar even-

Sluiten