Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dezen tijd tellen slechts de laatste twee derde gedeelten mede, tot een maximum van 20 jaren.

4. De voor pensioen geldende diensttijd buiten de keerkringen doorgebracht telt voor de helft.

Dienst vóórdat de volle ouderdom van 18 jaren is bereikt komt voor de berekening van het pensioen niet in aanmerking.

5. Voor eiken localen ambtenaar wordt het bedrag zijner bezoldiging over een maand, als pensioengrondslag vastgesteld.

Bij twee of meer locale betrekkingen bekleed door één persoon, wordt voor elke betrekking afzonderlijk de pensioengrondslag vastgesteld.

Bij vermindering van bezoldiging wordt de vroegere grondslag met de daaraan verbonden verplichtingen gehandhaafd, tenzij de belanghebbende het tegendeel mocht verkiezen en daarvan binnen drie maanden, nadat hem die vermindering is kenbaar gemaakt, aangifte doet.

Bedrag van het pensioen. 6. Het jaarlijksch pensioen bedraagt voor een diensttijd van twintig jaren drie maal het bedrag dat gedurende 24 of gedurende 36 maanden gemiddeld tot pensioengrondslag heeft gestrekt, al naarmate die grondslag ƒ 1000 of minder, dan wel meer dan ƒ 1000 ('s maands) heeft bedragen.

Het jaarlijksch pensioen van hen bedoeld sub a van punt 2,. bedraagt — onafhankelijk van den diensttijd — drie maal den pensioengrondslag.

Voor een diensttijd van meer of minder dan 20 jaren wordt het pensioen voor 20-jarigen dienst met Vm voor elk jaar dienst vermeerderd of verminderd. De vermeerdering bedraagt ten hoogste 10/2o.

Bijdragen. 7. Voor het pensioen van een locaal ambtenaar wordt door het locale gebiedsdeel dat hij dient, ten behoeve van het fonds bijgedragen.

Niet bijgedragen wordt door den localen ambtenaar, die meer dan 30 dienstjaren voor pensioen kan doen gelden en die zijn laatste verhooging van bezoldiging meer dan 2 jaren — meer

Sluiten