Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het fonds rustende verplichtingen door de inkomsten en bezittingen van het fonds worden gedekt en wordt in verband daarmede eene wetenschappelijke balans opgesteld.

III. Grondslagen voor de regeling der pensionneering van weduwen en weezen van Europeesche ambtenaren in dienst der locale gebiedsdeelen.

1. Aan de weduwen der Europeesche ambtenaren in vasten dienst der locale gebiedsdeelen en der gepensionneerde locale ambtenaren wordt pensioen, aan de weezen dier personen onderstand ten laste van het pensioenfonds voor locale ambtenaren toegekend.

Onder weezen te verstaan de minderjarige kinderen van overleden deelgenooten, die geboren zijn uit een huwelijk, dan wel gewettigd zijn.

2. Zonder pensioen uit den localen dienst ontslagen ambtenaren kunnen voor de vrouw met wie zij op het tijdstip van ingang van hun ontslag gehuwd zijn, voor de kinderen uit dat huwelijk, voor hunne kinderen uit vroegere huwelijken en voor hunne gewettigde, vóór bedoeld tijdstip geboren kinderen, deelgenoot in het fonds blijven.

Gelijke bevoegdheid hebben vrouwelijke locale ambtenaren, die zonder pensioen uit den dienst worden ontslagen, ten opzichte van de wettige kinderen, zoowel die zij reeds hebben, als die nog geboren worden uit het huwelijk met den man, met wien zij op het tijdstip van ingang van haar ontslag gehuwd zijn.

3. Ambtenaren beneden den leeftijd van 18 jaren zijn geen deelgenoot in het fonds ten behoeve van weduwen en weezen.

4. Het deelgenootschap ten behoeve van weduwen en weezen vervalt voor den ongehuwden gepensionneerden mannelijken ambtenaar, die den leeftijd van 65 jaren heeft bereikt, indien hij geen pensioengerechtigde betrekkingen heeft.

Evenzoo vervalt het deelgenootschap voor de gepensionneerde vrouwelijke ambtenaar, die den leeftijd van 50 jaren heeft bereikt en geen minderjarige wettige kinderen heeft.

Sluiten