Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Geen recht op uitkeering ten laste van het fonds hebben:

a. de weduwe van een gepensionneerd (locaal) ambtenaar, die gehuwd is nadat hij den leeftijd van 65 jaren heeft bereikt;

b. de weezen uit een dergelijk huwelijk;

c. de weezen geboren uit een door een gepensionneerde vrouwelijke ambtenaar na den leeftijd van 50 jaren gesloten huwelijk en

d. de door een gepensionneerd ambtenaar na het vervallen van het deelgenootschap ten behoeve van weduwen- en weezenpensioen gewettigde kinderen.

6. Het pensioen en de onderstand worden berekend naar den gemiddelden pensioengrondslag (de gemiddelde pensioengrondslagen), die voor den deelgenoot gedurende de laatste twee jaren van actieven dienst heeft (hebben) gegolden.

7. Het pensioen bedraagt enz. (zie lid 3 van artikel 18 van het Reglement voor het Weduwen- en Weezenfonds van Europeesche burgerlijke ambtenaren).

De onderstand bedraagt enz. (zie artikel 19 van idem).

8. De weduwe, die een nieuw huwelijk aangaat, verliest de helft van haar pensioen.

Bij ontbinding van haar laatste huwelijk treedt zij weder in het genot van het volle pensioen.

Zoolang eene hertrouwde weduwe half pensioen geniet, wordt aan haar kinderen de helft van den onderstand van volle weezen uitgekeerd, tenzij dat bedrag minder zou zijn dan hetgeen door de kinderen werd genoten.

9. De gewone contributie bedraagt voor mannelijke deelgenooten 5%, voor vrouwelijke deelgenooten 2Vi% van hun pensioengrondslag, tenzij de deelgenooten gepensionneerd, met verlof, of op wachtgeld of onderstand (zonder uit den dienst te zijn ontslagen) gesteld zijn, in welke gevallen de contributie berekend wordt over het inkomen dat uit de kas der locale gebiedsdeelen of ten laste van het fonds wordt genoten.

Indien tijdelijk geen inkomsten ten laste der locale gebiedsdeelen worden genoten, is contributie verschuldigd naar den maatstaf van den pensioengrondslag.

Sluiten