Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Middelen ter bescherming van de zekerheid voor den schuldeischer.

Hierboven werd reeds gewezen op het middel dat aan den credietverbandhouder gegeven is, om onttrekking van het verbonden goed aan het credietverband te beletten. Deze bepaling (K. 18) strekt zich ook uit tot maatregelen ter voorkoming dat het bezwaarde goed door gebrek aan voldoend onderhoud in waarde vermindert. De verbandhouder draagt voor deze maatregelen wel de verantwoordelijkheid maar de verbandgever zal, indien zij gegrond blijken, kosten, schaden en interessen moeten betalen. De verbandgever behoort dus voor de gevolgen van verwaarloozing te worden gewaarschuwd.

9. Bepaling var het bedrag waarvoor credietverband is gevestigd.

10, Beperkinge van het beschikkingsrechl van den crediei verbandgever.

Een credietverband is slechts van waarde, inzoover de som, waarvoor het is toegestaan zeker en bij de akte bepaald is. Is de hoegrootheid van de schuld van te voren niet te bepalen, dan moet zij worden geschat en deze geschatte waarde in de akte worden opgegeven (K. 10). Onder schuld is daarbij niet enkel te verstaan het bedrag dat in leen verstrekt wordt of dat den verbandgever vergund wordt ten hoogste op te nemen, maar het bedrag, dat hij op een gegeven oogenblik in totaal aan den verbandhouder schuldig kan zijn. Nu is de credietverbandakte, blijkens het daarvan gegeven model, wel tevens als obligatie ingericht, en zal dus in die akte het bedrag van de leensom moeten worden vermeld, dit neemt niet weg dat daarnaast als bedrag, waarvoor credietverband wordt verleend, dient te worden opgenomen de som van het geleend bedrag en het geschatte bedrag van de renten en kosten, opdat bij executie de geheele vordering van de bank uit de opbrengst van de verbonden goederen mogen worden verhaald.

Men zie de modelakte hierachter.

n Het is den credietverbandgever verboden om zonder schriftelijke toestemming van den verbandhouder: a. het verbonden goed te verhuren of in deelbouw te geven.

Sluiten