Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verband (K. 17). De bestuursambtenaar, voor wien de akte wordt verleden, moet van zijn kant den credietverbandgever waarschuwen geen reeds op het goed rustende verpanding te verzwijgen, door hem er op te wijzen, dat hierop gevangenisstraf tot vier jaren staat (Str. Wb. art. 38).

11. Beperkingen van de bevoegdheid van den credletverbandhouder.

Ook voor den credietverbandhouder gelden eenige verbodsbepalingen, namelijk:

a. het is den credietverbandhouder verboden een vermeerdering te vorderen van de goederen, die onder het credietverband vallen, tenzij hij zulks van te voren bedongen heeft (K. 11).

b. het is den credietverbandhouder verboden zich te doen machtigen om zich het verbonden goed toe te eigenen; dergelijke bedingen zijn nietig (K. 12).

In afwijking van hetgeen bij hypotheekrecht is bepaald, heeft de credietverbandhouder de tusschenkomst van den rechter noodig om zijn vordering op de verbonden zaken te verhalen. Zoo zal dus steeds een onpartijdig persoon beoordeelen of het credietverband wel in orde is, voordat de verbandhouder van zijn voorrecht mag gebruik maken.

12. Rechten van den verbandhouder bij onteigening en bij uitkeering van assurantiepenningen.

Ingeval van onteigening van het verbonden goed ten algemeenen nutte is de verbandhouder bevoegd zijn recht uit te oefenen op de som, die aan den onteigende is toegekend en zulks onverschillig of zijn schuldvordering opeischbaar is of niet (K. 14).

Tusschen beide partijen kan worden bedongen, dat, in geval van schade aan het verzekerde of te verzekeren bezwaard goed, de assurantiepenningen, tot het bedrag dat de verbandgever schuldig is, voor dat credietverband in de plaats zullen treden. Dat beding zal aan den verzekeraar moeten worden beteekend. Deze is in dat geval verplicht de verschuldigde schadevergoeding met den

Sluiten