Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

credietverbandhouder te verrekenen (K. 14). Eenvoudiger is wanneer in de credietverbandakte wordt bedongen, dat de verbandhouder voor het bovenomschreven doel een brandverzekering mag sluiten op het verbonden goed en de premies ten laste mag brengen van den verbandgever. In dat geval is geen beteekening noodig en geschiedt de uitkeering vanzelf aan den verbandhouder.

13. Rechten en plichten van den derden bezitter.

Indien een gedeelte van het met credietverband bezwaarde goed in het bezit van een derde is overgegaan en de schuldeischer wil zijn vordering op het verbonden goed verhalen, dan kan die derde bezitter, door aan te toonen, dat het overige verbonden goed de vordering voldoende dekt, vorderen dat eerst dat goed zal worden verkocht (K. 20). Overigens is de schuldeischer geheel Vrif9<zijn recht op elk deel van het verbonden goed, in wiens handen zich zulk een deel ook bevindt, te doen gelden (K. 21).

Indien een derde bezitter van een gedeelte van het verbonden goed de geheele schuld van den credietverbandgever heeft gekweten, treedt hij daardoor vanzelf in de rechten van den schuldeischer d.w.z. kan hij zonder dat hij verbandhouder wordt, de rechten, die uit het credietverband voortvloeien, doen gelden op de overige verbonden goederen, althans voor dat gedeelte van de totaalvordering dat overblijft na aftrek van het naar evenredigheid op zijn goed vallend deel'$C. 22).

Wat in dit geval met de grosse van de credietverbandakte moet geschieden en hoe met de doorhaling van het credietverband en met de inschrijving op het register van het recht van den nieuwen schuldeischer moet worden gehandeld, zal later nog worden vermeld (zie onder B bij artikel 12 en 13).

Sluiten