Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afschriften en van inzage van registers en akten; afgeven van schriftelijke verklaringen.

(2) . De uitreiking van grossen geschiedt uitsluitend aan den schuldeischer.

(3) . Geen tweede of verdere grosse mag worden uitgereikt dan na schriftelijke machtiging van het Hoofd van gewestelijk bestuur.

(4) . Ieder is bevoegd afschriften van akten te vorde ren tot het door hem gewenscht aantal.

(5) . Aan het slot der grossen en afschriften worden gesteld respectievelijk de woorden: „Uitgegeven voor eerste (tweede enz.) grosse", met vermelding c.q. van datum en nummer der bij alinea 3 van dit artikel voorgeschreven beschikking van het Hoofd van gewestelijk bestuur, of: „Uitgegeven voor gelijkluidend afschrift", in beide gevallen gevolgd door de handteekening van den betrokken ambtenaar.

De ambtenaar, ten wiens overstaan de akte wordt verleden, is verplicht aan den schuldeischer een grosse uit te reiken (K. 15 al. 6). De grosse moet aan het hoofd voeren de woorden: „In naam der Koningin" (K. 15 al. 7); deze woorden mogen niet in het maleisch vertaald worden vermeld. Indien in de akte doorhalingen en bijvoegingen voorkomen behooren deze in de grosse niet ook als zoodanig te worden geschreven; de doorhalingen worden weggelaten, de bijvoegingen op haar plaats in den zin opgenomen.

Zie voor het verschuldigd zegelrecht hierboven onder art. 1. De machtiging van het hoofd van gewestelijk bestuur voor uitreiking van een tweede grosse moet van een zegel zijn voorzien. De namen van al de personen die hebben geteekend aan het slot der akte, dus ook die van den bestuursambtenaar voor wien de akte werd verleden worden aan het slot der grosse gewoon geschreven met er voor: (w.g.).

Afschriften moeten tot het gewenschte aantal worden verstrekt aan ieder die er om vraagt. Echter alleen de grosse heeft executoriale kracht. De ambtenaar is verplicht aan al degenen, die zulks verlangen inzage van registers en akten te verleenen en schriftelijke verklaring af te geven van het op eenig goed ingeschreven credietverband, dan wel dat er geen bestaat (K. 33). Indien echter deze verklaring verzuimt een ingeschreven verband op te geven, is het goed daardoor nog niet van het verband ontheven (K. 34). Zoowel voor het verleenen van inzage als voor het afgeven van afschriften dan wel van een verklaring mag de ambtenaar blijkens artikel 16 een vergoeding vorderen.

Sluiten