Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel goed en algemeen bekend? Zijn er misschien verkeerde invloeden van dorpshoofden of particulieren, onkunde en misverstand bij de credietbehoevenden te bestrijden ? Zijn er maatschappelijke klassen, bijvoorbeeld van den middelstand, die zich verre houden van de volksbank en andere klassen of behoeften die bij de bank geen baat vinden en het voortbestaan van den particulieren geldschieter noodzakelijk maken? In welke opzichten schiet dan het bankcrediet voor hulp in dezen te kort? Ziedaar vragen, waarvan de beantwoording ook door den Inlandschen bestuursambtenaar moet worden gezocht.

Het is ook vooral de Inlandsche bestuursambtenaar, die de barometer van den achterstand geregeld behoort te raadplegen voor wat zijn ressort betreft en de oorzaken van stijging onmiddëllijk behoort te onderzoeken.

'De invloed van de volksbank ten goede of ten kwade op de Inlandsche maatschappij is zoö groot, dat de Inlandsche bestuursambtenaar zich aan het belangstellend en nauwgezet nagaan van dien invloed niet mag onttrekken. Toont hij zijn belangstelling, dan zal de bankadministrateur ongetwijfeld gaarne bereid zijn de noodige inlichtingen en gegevens te verstrekken. Er vallen bij de debiteuren zooveel onkunde en misverstand, zooveel verkeerde neigingen te overwinnen, de afstand die de bank van haar leeners scheidt is veelal nog zoo groot, dat iedere hulp die zich aanbiedt om daarin verbetering te brengen dankbaar zal worden aanvaard.

Bij rondschrijven van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur ddo. 30 Maart 1910 No. 939 werd aan de Hoofden van gewestelijk bestuur mededeeling gedaan van de zienswijze der Regeering, dat „Inlandsche gemeente credietinstellingen niet mogen worden aangemerkt als een middel ter voorziening in algemeene gemeentelijke behoeften, doch bepaaldelijk moeten strekken om credietbehoevende ingezetenen, onder de vereischte waarborgen het strikt noodige te leenen tegen een naar gelang van omstandigheden zoo laag mogelijk te stellen rente.

„Naar gelang van omstandigheden" beteekent dat de credietinstelling haar inkomsten op zulk een peil moet houden, dat daaruit haar bedrijfsonkosten kunnen worden goedgemaakt, haar schulden geleidelijk kunnen wordeft afgelost

35. Standpunt van de Regeering in zake de aanwending van de reserves van dorpscredietinstellingen. ^

Sluiten