Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een eigen vermogen, voor de desaloemboengs in padi en geld, voor de desabanken in geld alleen, kan worden gevormd voldoende voor de behoefte aan bedrijfsmiddelen en voor reserve ten behoeve van mogelijke afschrijvingen en herstellingen van gebouwen, dekking van verliezen en voorziening in buitengewone behoeften als een gevolg van oogstmislukking.

Krachtens dit beginsel werden de overwinsten der credietinstellingen aangewend voor de vorming van een eigen vermogen.

Toen bleek dat in verscheidene streken de desaloemboengs op deze wijze voldoende reserves hadden gekweekt en de rente tot het veilig minimum hadden teruggebracht, deelde de Directeur bij rondschrijven van 10 Januari 1916 No. 180/B aan de Hoofden van gewestelijk bestuur mede, dat de Regeering het „ten aanzien van desaloemboengs, welke in den hier bedoelden gunstigen toestand verkeeren, doch ook alleen ten éfemzien van deze, niet in strijd acht met de strekking der aangehaalde circulaire (van 30 Maart 1910) om hetgeen de reserve meer mocht bedragen dan voor de aangegeven doeleinden noodig wordt geacht, te storten in de kas der betrokken desa ten behoeve van algemeene uitgaven, indien de desa zulks wenscht en de gelden niet noodig zijn voor de stfëhting van eene desabank."

„Uit den aard der zaak", zoo werd er ten overvloede aan toegevoegd, „zal er tegen dienen te worden gewaakt, dat de rente wederom wordt verhoogd of het uitleenen van padi of geld wordt bevorderd ten behoeve van de versterking der desakassen."

Nadat ook de desabanken op verschillende plaatsen meer dan de benoodigde reserves bleken te hebben gekweekt, achtte de Regeering den tijd gekomen om vrijWid te laten over de overtollige gelden ook van deze credietihstelhngen te beschikten ter voorziening in algemeene gemeentelijke behoeften.

Zulks werd door den Directeur van Binneniandsch Bestuur aan de Hoofden van gewestelijk bestuur medegedeeld bij rondschrijven van 13 September 1918 No. 9561/B.

Ook hierin werd het volgende voorbehoud gemaakt.

„Uiteraard zullen de plaatselijke ambtenaren bij overschrijving van de overtollige gelden op de desakas zich vooraf hebben te verzekeren van de volle instemming der belanghebbenden, in het bijzonder van de toegelaten leeners, die eigenlijk de overtollige gelden hebben opgebracht en voorts zal voorbehouden moeten worden, dat gewaakt worde

Sluiten