Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36. Terugbetaling van de bevolkingsbij dragen bij opheffing van desaloemboengs.

tegen renteverhooging of het bevorderen van het uitleenen van geld door de desabanken ten behoeve van de versterking der desakassen en eveneens dat overleg worde gepleegd met de betrokken ambtenaren voor het Volkscredietwezen omtrent de vraag, welk gedeelte der bij de afdeelingsbanken of elders belegde reservefondsen der desabanken ten behoeve van het bedrijf dezer instellingen dient te worden gereserveerd". '

Bij rondschrijven van 7 December 1914 No. 8914 aan de Hoofden van gewestelijk bestuur gaf de Directeur van Binnenlandsch Bestuur ten aanzien van deze aangelegenheid het volgende als zijn meening te kennen:

„Het komt in den laatsten tijd herhaaldelijk voor in verschillende deelen van Java, hetzij als gevolg van den aandrang van het desabestuur, hetzij op initiatief van de plaatselijke ambtenaren, dat, nadat de bevolking haar instemming daarmede heeft betuigd, wordt overgegaan tot opheffing van desaloemboengs.

„Wanneer daartoe is besloten behoort allereerst nauwgezet de vraag te worden overwogen, in hoeverre die loemboengs bij de liquidatie van het bedrijf kunnen voldoen aan de verplichtingen, welke zij eenmaal op zich hebben genomen.

„Onder dié srerplichtingen valt in de eerste plaats de teruggave aan de inleggers van de oorspronkelijke bijdrage voor den beginvoorraad of voor den bouw van een schuur. Bij de oprichting toch is uitdrukkelijk aan de bevolking. voorgehouden, dat die bijdragen haar weder zouden worden teruggegeven zoodra de winst uit het bedrijf het toeliet, waarbij dan gewoonlijk een termijn van vier of vijf jaar werd genoemd als voldoende om tot die restitutie te kunnen overgaan.

„Meermalen nu is het gebeurd — en het valt niet te ontkennen dat daarbij de wenschen der Bestuursambtenaren een voorname rol hebben gespeeld — dat, na liquidatie der loemboeng en na verkoop van padi, de opbrengst hiervan met instemming van de bevolking in de gemeentekas werd gestort en werd aangewend voor verschillende doeleinden, gewoonlijk afhankelijk van de uiteenloopende inzichten der bestuursambtenaren.

„Nu komt het voor dat van alle inleggers de namen niet meer bekend zijn of dat een deel der inleggers vertrokken is naar elders, dan wel is overleden.

„In dat geval kunnen de bijdragen der niet meer bekende inleggers gevoegelijk in de gemeentekas worden gestort, indien althans familieleden daarop geen aanspraak kunnen

Sluiten