Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41. Waarmerking van vingerafdrukken en bewijskracht van onderhandsche geschriften.

42. Waarmerking van vinger afdrukken.

jank die volgens haar slecht wordt beheerd en niet langer M-edietwaardig is, te nopen tot het rekening houden met / haar inzichten, door het crediet op te zeggen. Aan den anderen kant heeft de afdeelingsbank in het crediet van de Centrale Kas, behalve een bewijs van haar credietwaardigheid, de beschikking over gelden die zij opnemen of terugstorten kan, al naar zij die al of niet van noode heeft en waarover zij slechts gedurende den tijd, dat zij er gebruik van maakt, rente heeft te betalen. Heeft een afdeelingsbank meer geld dan zij voor haar bedrijf kan benutten, bijv. ten gevolge van haar verplichting om beleggingen van desaloemboengs, desabanken, desa's en van particuliere Inlanders aan te nemen, dan kan zij die overtollige gelden met onmiddellijke opzegbaarheid bij de Centrale Kas beleggen. Ook reservefondsen kunnen op die wijze bij haar worden geplaatst.

Bij Koninklijk besluit van 24 Maart 1915 No. 25 (Ind. Stbl. 1916 No. 42) j° het Koninkl. Besluit van 3 Juni 1919 No. 26 (Ind. St. No. 603) werd het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch-Indië gewijzigd en aangevuld met bepalingen betreffende de waarmerking van vingerafdrukken in en betreffende de bewijskracht van onderhandsche geschriften. Daarop werden bij ordonnantie van 17 Januari 1916 St. 44 en 1 December 1919 St. 776 de bepalingen nopens de bewijskracht van onderhandsche geschriften van Inlanders of met hen gelijkgestelde personen (Stbl. 1867 No. 29) met die nieuwe voorschriften in overeenstemming gebracht.

Met de onderteekening van een onderhandsch geschrift') ■wordt gelijkgesteld een daaronder gestelde vingeraf-

i) Onder onderhandsche geschriften worden verstaan onderhands geteekende akten, brieven, registers, huiselijke papieren en andere geschriften, welke zonder tusschenkomst van een openbaren ambtenaar zijn opgemaakt. (Stbl. 1916 No. 44).

Onder registers en huiselijke papieren zijn te verstaan niet alleen boeken en cahiers maar ook losse papieren voor het doen en bewaren van aanteekeningen tot eigen gebruik omtrent ontvangsten en uitgaven, gÉdleeningen, aflossingen daarvan, enz.

Sluiten