Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sfeer, dan die waarin Moenen zich beweegt. Naast Vondel's gevallen vorsten, is Moenen met zijn gelijken vooral de engel, die ten gevolge van zijn val beroofd werd van hoger geesteskracht, die ontwerd tot een schaduw van wat hij was, tot „de aap" van God. Toch zich soms zijn afkomst bewust, toch telkens de tragiek van zijn bestaan doorvoelend. Al domineert in Moenen, gelijk in Mephisto uit het Volksboek van Doctor Faust (1587) het folkloristies element, opgebouwd als hij is door de volkse fantasie, die vervuld bleef van de herinnering aan de oud-germaanse huisgeesten, toch ontbreekt de diepere trek niet. Gelijk in het Volksboek die korte maar ontroerende passage, waarin Mephostophiles in de verte het verloren paradijs ziet liggen, ons even opheft vèr boven het meestal onnozel gedoe van de duivel, zo flitst — maar scherper dan in het Volksboek — hier het helle licht van de vroegere glorie door de schaduwen, waarin Moenen thans vertoeven moet. En dit is een feit; Moenen staat hooger, psychies en dramaties, dan de Mephisto uit het Volksboek, en niet minder hoog dan die van Marlowe. Goethe zal er een der geweldigste creaties der wereldlitteratuur van maken, maar toch bevat zijn Mephisto geen trek, of hij is reeds in Moenen, zij het in kiem, aanwezig.

Dit verbaast ons niet: Goethe en de schepper van Moenen putten uit dezelfde levende bron met zijn ontelbare ondergrondse wijdstrekkende vertakkingen: het Volksgeloof.

Sluiten