Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daardoor staat Goethe's Mephistopheles verrassend dicht bij Moenen, dichter dan de weemoedig-zuchtende huisgeest uit het Volksboek van 1587. Maar de auteur van dat boek was 'n kompilerend moralist, Goethe en de dichter van Manken van Nieumeghen waren wijsgerige geesten en dramatiese kunstenaars tevens. Menige scène in M. v. N. herinnert zelfs aan Goethe's Faust. Gelijk Mephisto, is Moenen een „meester vol consten," die Marikens bezwaren subtiel weet weg te redeneeren. Het toneel in „De Boom" herinnert aan Auerbach's kelder. Naast Mephisto's getuigenis van onvermogen als het pentogram hem verhindert uit te gaan, staat Moenen's bekentenis

Whi gheesten en hebben dye macht niet, dats

verloren,

Ons te volmakene doer gheen bespreek:

Altoes es aen ons eenich ghebreck,

Tsi aen thoot, aen handen oft aen voeten

(vs. 162-165).

In korte, knappe opzet en uitwerking houdt zelfs de scène, waarin Moenen Manken overhaalt, hem „de meester vol consten" te volgen, het uit naast Goethe's eerste bedrijf. Het koketteren van Moenen met de Moeye, vooral zoals het meesterlik gespeeld werd door Jan Musch, wekt verder herinneringen aan Mephisto en Martha, enz. Juist het beknopte in de handeling is van zulk een grote plastiese kracht.

Sluiten