Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ende daer voer sorghe ick.1)

(Hierop valt de Moeye uit met een reeks van de felste en platste verwijten en zonder op Mariken's tegenj werpingen te letten, vaart zij voort:)

Onteeren blamelijck doedi al ons geslachte. Tfij 2) moet u worden, onsalighe drachte;3) Ick en mach u niet sien te mijnen goede 4)

Mariken:

Here God, hoe wee wert mi te moede! 105 Hoe ontstelt van bloede werdt mi dlichaem soudey-

nich, *)

Die smedige 6) woorden, dit verwijt vileynich *) Te hoorene ende te verdragen sonder schuit 1 Nu moeye, segt oft ghi mi een bedde decken sult Desen nacht ende niet langher!

Die Moeye:

Ghi laecht mi liever in die Maze, 110 Alsoe diepe als dit huys hooch is, tot eenen aze Van alle die visschen dier inne vlieten.8) Dus vertrect van hier, oft het sal u verdrieten. Van thoorne sta ic als een loof en beve. 9)

Mariken:

Moeye, ghi hebt groet onghelijck. Die Moeye:

Ontbeyt10), dese verhide11) teve 115 En sal mi niet laten onghequelt!

1) daer voer sorghe ick = daarover maak ik mij bezorgd ï) Tfij moet a worden = verachting moge uw deel worden- 3) drachte = kind 4) te mijnen, goede — zonder ergernis 5) soudeinick — plotseüng 6) smedig = smadeuk 7) vileinich= laaghartig 8) vlieten = zwemmen 9) Deze regel beteekent=Vsa toorn sta ik te beven als een blad 10) ontbeyt — wacht even 1 11) verhide = vervloekt.

Sluiten