Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeten die tuyten *) wat sijn verstelt? —

Ja, si beghint mi den worm int hoot te roerene.2)

Ick stae quaet ghenoch om den duvel te snoerene,

Oft om op een cussente binden, 3) al4) waerhikintsch.

Ick stae wel soe spijtelijcken en winsch *)

Ic en Weet nauwe of ic op mijn hoot sta of mijn voeten.

Alle die mi desen dach ontmoeten,

Die sal ic antwoerden, dwelck mi dit beroer 6) doet,

Alleens 7) gelijck die duvel zijn moer doet.

Mariken:

125 O bedructe, nu is u lijden naest8) Ick blive staende wel so beraest, 9) Dat ick van mi selven en weet hoe noch wat Met eenen dullen hoofde loop ic noch uuter stat, Ontsiende 10) boeven noch daer toe roovers.

130 Ic scatte11) ic mijn bedde make onder die loovers; Ic en vrage na niemant, die nu levende sL Al quaam die baerlijcke duvel to mi, Ic ben nu als dje nieghers 12) nae en vraghe. Nu gae ic sitten onder dese haghe 13)

135 Mi selven bevelende inden handen

Van Gode of alle die helsche vianden.14)

► Hoe Mariken van haerder moeyen schiet ende uut Nieumeghen ghmck. *

Aldus es die ionghe maecht mariken van haerder

1) tuyten = vlechten, lokken; verstellen = uit hun doen brengen. De zin to-

^SnH^f n ,h.eIdendaad toegeachreTen, drt zij de duivel op een kussen bond" (Leendertz; De Moeye zegt dus, dat zij de duivel wel aan durft 4) al — als. 3 n'^^^K-- 6>^™^= ontsteltenis 7) alleens = geheel en J riin ™f Tn f 1 9) ber,aest = huiten mijn zinnen 10) ontsien = bang ïmi. 0,? U)Jfc Scatte. — ik veTm°*a. * denk 12) nieghers = nergens 13) haghe, — doornstruik 14) de viant — de duivel ner8ens.

Sluiten