Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die duvel:

Wat leyt u daeran? Wie ick ben en soudi met rechte *) vraghen niet. 210 Ick en ben die beste van mijnen maghen niet Maer u dat ic emmermeer niet dan ionste en toge.2,

Mariken:

Hoe heeti, vrient? Die duvel:

Moenen metter eender ooghe, j Die wel bekent is met3) veel goede ghesellen.

Mariken:

Ghi sijt die viant vander hellen. Die duvel:

215 Wie ick ben, ick ben emmer4) gheionstich tot u. Mariken:

Ick en hebbe oeck van u ancxt, vrese noch gru; Al quam Luycefer selve uuter helscher ghewelt,5) Ick en» souder niet af vervaert sijn, so ben ic gestelt Ick ben onghequelt van allen ancxte.

Die duvel:

220 Ja schoen kint dits tcorste ende dlancxte:6)

Wildi met mi gaen en mijnen raet do en sonder veysen,7) Al dat ghi dincken moecht oft peysen, j Sal ick u leeren, soe ick u eerst vertelde;

1) met rechte = op goede grond 2) maer dat — alleen dat emmermeer = immermeer 3) met = bij 4) emmer = in allen gevalle 5) gHewelt — gebiec 6) dits tcortste ende dlancxte — kort en goed 7) veysen -■- veinzen.

Sluiten