Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van goede, van iuwelen, noch van ghelde 225 En suldi ooc nemmermeer hebben ghebrec.

Mariken:

Tes wel gheseyt; maer nae deerste bespreek, *) Eer ghi met mi sult versamen in ionsten, Suldi mi leeren die seven vrie consten, Want in alle dinghen te leeren verfray2) ick. 230 Ghi sullet mi al leeren, suldi?

Die duvel:

Wat trouwen,3) ia ick. Ick sal u leeren al dat voechlijck is.

Mariken:

Nigremansie 4) dats een const, die ghenoechlijck is, Mijn oom es daer af fraey 5) ende cïoeck;6) Hij maect wonder somtijts: hij heeft er af eenen boeck, 235 Ick wane *) hi hem in node noyt en faelde. Hi soude door die ooghe van eender naelde Den viant wel doen cruypen tegen sinen danck. Die conste moetti mi oock leeren.

Die duvel:

O aenschijn8) blanck, Ai wes 9) ick can, u selven verfroyt,10) 240 Es al om u, maer ick en leerde noyt

od nXLZa hlraa-H 2> verfraw™'~ «ich verheugen 3) wat trouwen =wel natuur' te k,?™,„„^re"lar""> = de kunst om de geheime krachten der

natuur te kunnen gebruiken. Koopmans merkt terecht op, dat het door Mariken ïlt ™ H °e£ welfde(brCTi« »1 wezen, waarin haar oom de formulierenTinden kan. om de boze leesten, en dus ook Moenen, te bezweren. 5) fraen - hï

- IZ T^iT Sf"k V™™» = «elooven 8) aenschijn = geTaï 9Jwes

- wat 10) verfrogen = verffogen (zie va. 229) de beteekenis is: en u zelf behaa|f

Sluiten