Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want Maria, daer ic naer hete, dats alle mijn troost Mijn hope; want alse mi yet grieft of noost, *) Roep ic ter stont op haer *) om een bevredinghe. *) 300 Oeck dien icxse daghelicx met eender bedinghe,4) Die ic van ioncx hebbe gheleert. Maria di wert van mi gheëert,

Also langhe als ic kennisse hebbe, des niet en fael ic, Al sla ic int wilde 5) of al regeer6) ic mi qualic. 305 Haer te loven en mach niet zijn vergheten.

Die duvel:

Nu, om dat ghi so seer sijt vervleten *) Op dien name, hoort: ic sal u noch begheren nettere: 8) Ick ben te vreden, dat ghi hout deerste lettere Van uwen name, vrou ongheblaemt fijn; 310 Dat is de m; dus suldi Emmeken genaemt sijn. Als in u lant sijn doch veel maechden ende vrouwen.

Mariken:

Nu wel, mach ic minen rechten naem niet behouwen, Liever dan wi scheyden souwen, ben ic metter eerster

lettere te vreden: Emmeken sal ick heeten tallen steden, 315 Nochtans èn doe icx niet gheerne.

Die duvel:

Sijt, segt, gepayt, Ent niet al op uwen duym en drayt Eer een iaer, doeges mi verwijt 9)

1) nosen = hinderen, schaden 2) roepen op haer = haar aanroepen 3) bevredinghe = vertroosting 4)_ bedinghe = gebed 5) int wilde slaen — afdwalen 6) hem regeren -- zich gedragen 7) vervleten sijn r= verzot zijn op 8) ic sal u noch begheren nettere = ik zal het u nog precieser vragen 9) Stel u gerust, als het niet alles binnen een jaar draait naar uw wil, verwijt het mij dan (doeges mi verwijt) = doet des mi verwijt.

Sluiten