Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die moeye.

Ey goey! *) iewers in den droeven of claren wijn. Die oom:

Ey lazen, suster, ghi doet mi weenen, Dat u alsulcke woerden ontvloten.

Die moeye: 380 Haddisi in een cofferken ghesloten,

50 haddi moghen dit grief2) beweeren. 3) Keren,4) hef man, wat salt haer deeren,

Al machse wat ghebruycken haers willen ? *) Ten sal haer een enckel mite 6) niet schillen, 385 Si en sals oeck niet te nauwer zijn een stroo.7)

51 en salder niet manck af gaen.

Die oom:

Och, ick hoore dit so no, Dat mi therte dunct in vieren spliten. Ick moet ommekeeren ende minen oghen witen, 8) Want die tranen ontvallen my lancx die caken.

390 O Moeder ons Heeren, die ick binnen Aken Alle iaer besoecke met ionsten devotelijck, Staet mi nu bi, het is mi notelijck; Ende ghi, sinte Servaes, rustende binnen Maestricht, Die9) van mi tsiaers10) menich scoon licht11)

395 Uut devocien wert ghestelt,

Mi hoepic dat ghi niet beswijcken en selt.12)

1) Eg goog: - ei, sukkel 2) grief — leed 3) beweeren ~ afweren 4) Keren ~ een der vele verbasteringen van de naam Christus of Kerst 5) haers willen ghebruycken = haar eigen zin volgen 6) een mite = een klein geldstukje 7) vs. 384 en 385 beteekenen: zo 'n kleinigheidje maakt voor haar niet uit; zij zal er ook niets minder om wezen 8) minen oghen witen " het wijten aan mijn ogen, dus iets beschreien. Bij Vondel: Jaergetijde van Oldenbarneveldt; wij klaagden 't aen ons oogen 9) die is hier datief 10) tsiaers - jaarlijks II) licht — waskaars 12) De hoop dat gij mij uw bijstand niet zult ontzeggen.

Sluiten